|
PROGRAMMA’S EN PROJECTEN IN DE WERELD
AFRIKA

Landen: Ivoorkust,
Benin, Togo, Mali, Congo,
Kameroen, Centraal-Afrikaanse Republiek,
Congo-Brazzaville, Gabon, Rwanda,
Burundi, Uganda, Kenia, Tanzania, Madagaskar
| West-Afrika |
|
| Landen: |
Ivoorkust, Benin, Togo , Mali |
| Projectplaatsen en types |
| Heel de regio |
Straatkinderen; beroepsopleidingen voor jongens en meisjes; bijscholingen leerkrachten
Programmaproject 2011 - 2013:
consolidatie van beroepsscholen voor jongens en meisjes in Togo
(Lomé en Kara), Benin (Cotonou), Ivoorkust (Duékoué
en Abidjan), Mali (Bamako en Sikasso) |
| Ontwikkelingsbureau
ADAFO in Abidjan (Ivoorkust) |
Sedert eind 2006 leeft zuster
Miet Boel in Cotonou (Benin).
Zij is de drijvende kracht achter projecten voor kansarme meisjes.
Dit vertelt ze: ‘Hier in onze school van de wijk Zogbo zijn
er opleidingen voor keuken en patisserie. In salesiaanse stijl moeten
wij echt nog opboksen tegen de tradities van de ‘karwats’
en ‘vaders wil is wet’.
Sedert 2000 hebben we echter ook een leefgroep van meisjes tussen
3 en 16 jaar. ‘Vidomegon’ heten ze
hier. Ze worden door de jeugdpolitie binnengebracht en verblijven
hier hooguit drie maanden. Tijdens deze periode kijken we uit wat
het beste is voor elk meisje. De meesten zijn zwaar toegetakeld,
sommigen werden verkocht door hun ouders, leefden als slaven, anderen
werden misbruikt.’
Op de immense markt Danktokpa (volgens de Lonely Planet ‘een
toeristische must’) openden de zusters van Don Bosco een barak.
Daar kunnen meisjes in de namiddag uitrusten, hun verhaal doen of
leren lezen en schrijven. ‘En onze allerlaatste stunt,’
aldus Miet Boel, ‘is de aankoop van een huis
aan de rand van de stad, voor een honderdtal meisjes tussen 6 en
16 jaar die anders in de openlucht moeten slapen. Tegelijk hebben we
verschillende hoekpunten waar onze opvoeders aan alfabetisering
doen en voor een minimum aan hygiëne instaan.’
| Midden-Afrika |
|
| Landen: |
Congo-Kinshasa |
| Projectplaatsen en types |
| Heel de regio |
programmaproject 2005 - 2009:
consolidatie van beroepsscholen, jeugdcentra en opvangcentra
voor straatkinderen, jongens en meisjes, in Lubumbashi, Mbuji-Mayi
en Kinshasa |
| Ontwikkelingsbureau
Bureau salésien de projets in Lubumbashi |
Karibu
‘We logeren in Bakanja Centre,
een opvanghuis voor straatkinderen waar ook medische verzorging
en beroepsonderwijs worden voorzien. Het is zes uur in de ochtend
als ik wakker word, niet vanzelf maar door de loeiharde sirene waarmee
ook de kinderen van enkele kamers verder worden gewekt. Een intense,
eerste dag van verwelkoming (‘karibu’ klinkt het overal,
welkom) in deze wereld.
Na de middag krijgen wij een uitgebreide rondleiding van Manu Degreef,
directeur van het Magone huis hier in Lubumbashi.
Hier logeren een zeventigtal jongens die Manu en zijn ploeg wegwijs
maken in de wereld van ambachtelijke beroepen. Elke leerling moet
deelnemen aan de opleiding landbouw zodat ze in staat zijn hun eigen
fruit en groeten te kweken. Daarnaast kiezen ze nog één
andere beroepsopleiding. Het is verrassend te zien hoe men er hier
in slaagt een degelijke organisatie op te bouwen zonder spraakmakende
middelen. (…)
De volgende dag rijden wij naar de boerderij Jacaranda,
op een twintigtal kilometer voorbij Magone en de Cité des
Jeunes. Nadat de kinderen van de straat werden gehaald en onderwijs
hebben genoten in Bakanja Centre, kunnen ze hier een opleiding landbouw
volgen. (…) Volgens dezelfde principes is er ook aan de andere
kant van Lubumbashi de boerderij Chem Chem gebouwd.
De boerderij ligt in de wijde natuur van net buiten de wijk Ruashi.
Een knap irrigatiesysteem voorziet in dit droge seizoen de tuinen
van voldoende water. Niet toevallig betekent ‘chem chem’
in het Swahili ‘bron’.’
Het
hele verhaal lezen?
| Equatoriaal Afrika |
|
| Landen: |
Kameroen, Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo-Brazzaville, Gabon |
| Projectplaatsen en types |
| Heel de regio |
programmaproject 2005 - 2009:
consolidatie van beroepsscholen voor jongens in Kameroen (Yaounde
en Ebolowa), Gabon (Oyem), Centraal-Afrikaanse Republiek (Bangui)
en Congo-Brazzaville (Brazzaville) |
| Ontwikkelingsbureau Ensemble ATE in Yaounde (Kameroen) |
De heuvels van Oyem
Al verschillende jaren werkt de Vlaamse Leen
Mestdagh in het Gabonese stadje Oyem (60.000 inwoners)
in het Evenaarswoud.
‘In 1984 begonnen zusters van Don Bosco hier een jongerencentrum.
In 1990 kwam er een initiatief voor de promotie van de vrouw:
een beroepsschooltje voor kansarme meisjes die tenminste 15 jaar
oud zijn. Geleidelijk aan werden dat driejarige opleidingen pottenbakken,
snit en naad en breien. Veel stelt dat op het eerste gezicht
misschien niet voor, maar het schept kansen voor de meisjes van
de stad en de omgeving. De meeste meisjes die hier les volgen, wonen
bij iemand uit hun verre familie en klussen hier of daar bij om
kosten te betalen.
De jongste jaren doen wij extra inspanningen om die meisjes na hun
scholing ook effectief aan het werk te krijgen.
Door lessen in boekhouding en beheer, informatica en door stages
in ateliers van de stad. De beste leerlingen kunnen na het 3de jaar
toetreden tot onze coöperatieve waar grotere bestellingen worden
aanvaard. Met het DMOS-COMIDE programmaproject bouwen wij nu vooral
de informatica opleiding uit, in samenwerking met een nabij cybercafé.’
‘Mooi hé,’ bedenkt ze, ‘ondanks kleine
en grotere tegenslagen? Tot een tiental jaar terug had Gabon niet
te klagen met zijn overschot aan petroleumgeld, het was één
van de rijkste landen van de regio. Maar die inkomsten slonken,
al bleef de mentaliteit van het dolce far niente in vele hoofden
hangen. Mensen weer goésting doen krijgen
in werken en ondernemen, dát is de uitdaging.’
|
|
| Regio
van de Grote Meren |
|
| Landen: |
Rwanda, Burundi,
Uganda |
| Projectplaatsen
en types |
| |
Momenteel in prospectie |
| |
|
| Toekomstig ontwikkelingsbureau
in Kigali (Rwanda) |
Muraho Rwanda!
‘We zijn hier op 1500 meter hoogte temidden
de bananenplantages. Dertig jaar geleden richtten de salesianen
dit Centre de Jeunes in Gatenga op. Wanneer we
vroeg in de morgen naar de speelplaats stappen, verwelkomt ons een
zwarte mensenzee: ‘Muraho!’ Meer dan duizend jongeren
zullen na het gebed en het ochtendwoordje beginnen met de klassen.
We kijken naar toekomstige metsers, kunstsmeden, schoenmakers en
koks. In een aanpalend gebouw zijn ook 140 weeskinderen ondergebracht.
Deze plaats buiten Kigali was vroeger een moeras. Maar nu groeien er
rijkelijk bananen, citroenen en avocado’s. Er zijn
ook koeien en kippen en zelfs een visvijver. Dagelijks moet hier
worden gezorgd voor 1200 middagmalen van maïs
met bonen. Voor de 20.000 liter water van elke dag is er een put
van 50 meter diep geboord. Van de Kroatische salesiaan Danko horen
wij dat de armen van Kigali meer en meer naar de moerassen moeten
verhuizen, zodat de rijken in de heuvels kunnen bouwen en uitbreiden,
omdat Kigali het ‘Las Vegas’ van Midden-Afrika
wil worden.
Maar in het weeshuis hoor ik ’s avonds dat Samuel, 12, donderdag
plots gestorven is aan hersenmalaria. Zijn ouders zijn gestorven
in de genocide en hij leefde sedertdien bij een tante die op de
duur ook niet meer voor hem kon zorgen. Dat in de achtertuin van
‘Las Vegas’.
Naar men vertelt, helpt het hier als de wegpolitie je aanhoudt en
je zegt dat je ‘uit Gatenga’ komt. Dan glimlachen ze
gemakkelijk en komen er lichtjes in hun ogen.’
uit het dagboek van Barbara Velik op reis in juni 2006 met de
Oostenrijkse Don Bosco NGO Jugend Eine Welt
|
|
| Oost-Afrika |
|
| Landen: |
Kenia,
Tanzania |
| Projectplaatsen
en types |
| Kenia (Nairobi, Embu, Kakuma, Makuyu) |
Programmaproject 2011 - 2013
Consolidatie van het technisch en beroepsonderwijs |
| Tanzania (Dar-es-Salaam, Dodoma, Iringa) |
Programmaproject 2011-2013
Consolidatie van het technisch en beroepsonderwijs |
| Ontwikkelingsbureau
DB DON in Nairobi (Kenia) |
Vluchtelingenkamp Kakuma (Kenia)
Yolande Floride is 33 en Burundese. Tien jaar
geleden kwam ze na soms hachelijke omzwervingen aan in het UNHCR-kamp
van Kakuma, in het noordwesten van Kenia. Tussen 90.000
vluchtelingen (grotendeels Sudanezen, Somaliërs en
Ethiopiërs) werkt Yolande als sociaal assistente. Ze neemt
me mee naar de Don Bosco ateliers die er in 1993 werden opgericht
voor de vluchtelingen.
In een ruime werkplaats krijgen jongens lessen houtbewerking,
maar ook een vijftal arbeiders en een hele groep dagloners werken
er aan tafels, bedden en kookvuren met zonnepanelen voor het kamp.
Elders leren vrouwen en mannen naaien en kleren herstellen of zit
een groep jongens en meisjes rond een ontmantelde auto
om hem terug in elkaar te leren steken. Yolande ziet mijn bewondering:
‘Over het hele kamp vind je nog een 370-tal groepjes vluchtelingen
die met kleine leningen eenvoudige winkeltjes of zaakjes opzetten
voor fietsen.’ De meeste fietsen die ik later op de dag tegenkom
(meestal met een passagier achteraan) zijn geleend van één
van deze groepen. ‘Zo hebben honderden vluchtelingen een zinvol
werk, een door de regering erkend certificaat of toch op
z’n minste een verlichting voor de last om in dit kamp te
moeten leven.’
De leerlingen lijken allen toegewijd en enthousiast, net als hun
leraars. Al is het geen pretje om hier dag in dag uit te leven als
thuisloze. Ook al omdat de plaatselijke bevolking –de Turkana-
niet zo gelukkig zijn dat zij hun velden, hun bomen moeten delen
met deze vluchtelingen.
Peter Browne in Eureka Street
Ga
op virtueel bezoek in Kakuma
| Madagaskar |
|
| Projectplaatsen en types |
| Heel het land |
programmaproject 2006 - 2010:
consolidatie van beroepscentra voor jongens en meisjes in Tulear,
Fianarantsoa, Ivato, Betafo, Manazary en Mahajanga |
| Ontwikkelingsbureau
Bureau Technique Don Bosco Madagascar in Ivato |
Boay kely
Hevige regens vallen boven Antananarivo,
de hoofdstad van Madagascar. Onder de kartonverpakking van een koelkast
proberen Rado en Toky –twee straatkinderen
of boay kely- te slapen door dicht tegen elkaar aan te kruipen.
Maar ook de grond van hun kartonnen tent is al nat. Ze krabbelen
overeind en gaan zitten op geïmproviseerde taboeretjes van
een paar bakstenen.
Toky, acht
jaar, vertelt: ‘Zo was ook mijn eerste nacht hier. Mijn vader
en moeder, drie broers en zussen en ik kwamen aan tijdens een zware
regen. We hebben toen geslapen onder de luifel van een winkeltje.
Nu wonen wij in een houten huisje dichtbij het station van de taxis
brousse waar mijn vader rijstkoeken verkoopt. Vroeger werkte hij
in de rijstvelden dichtbij Antsirabe, maar dat bracht niets meer
op, zeker niet toen de eigenaar het huurgeld voor de velden verhoogde.’
Met de magere inkomsten van hun markthandeltje
(auto’s poetsen, boodschappen, verkopen van kleinigheden)
kunnen de twee jongens ’s morgens na de nachtelijke regenbui
een ontbijt bemachtigen: thee en twee rijstkoeken. Als de zaken
erg goed draaien, kan er zelfs koffie met melk af. Maar daarvoor
mogen ze niet ziek worden of door de politie worden opgepikt.
Patrick Raharinjatovo, salesiaan van het Notre Dame de Clairvaux
centrum nabij de luchthaven van Ivato kijkt trots: ‘Hier kunnen
de Rado’s en Toky’s van Tana leren metsen of
houtbewerken. Nu zijn er een dertigtal aan het leren om
velden efficiënter te bewerken en dieren te kweken. En ondertussen
hoeven ze geen honger te lijden.’
|